Ontspullen. Vijfendertig vesten. Ja. Je leest het goed. In één kast. Toen ik in 2018 besloot mijn leven compleet om te gooien en te stoppen met mijn baan, mijn huis te verkopen en mijn spullen op te ruimen, kwam ik erachter hoeveel spullen ik eigenlijk bezat. En vooral: hoeveel spullen ik bezat die ik helemaal niet nodig had. Vijfendertig vesten. Bizar. Mijn opa zei vroeger altijd: “Je kunt maar één ding tegelijk aantrekken.” 

En hij had natuurlijk gewoon gelijk.

 

DE KRACHT VAN ONTSPULLEN

Van een huis vol spullen naar één rugzak

Begin 2018 nam ik een van de grootste beslissingen van mijn leven. Na een zware periode van rouw na het overlijden van mijn moeder (en ik helemaal geen ouders meer had), stopte ik met mijn baan. Ik verkocht mijn huis en een groot deel van mijn spullen. En wat overbleef, sloeg ik op in een opslag. Het was in eerste instantie niet eens mijn bedoeling om jarenlang zonder die spullen te leven. Ik dacht waarschijnlijk dat ik ze op een later moment wel weer nodig zou hebben. Maar toen ik met mijn rugzak de wereld over begon te reizen, gebeurde er iets bijzonders.

Ik miste ze niet. Sterker nog: ik vergat ze. Mijn kledingkast, mijn schoenen, mijn accessoires, mijn servies, mijn boeken, mijn decoratie, mijn spullen die ooit zo belangrijk leken… Ze stonden ergens in een opslag. En ik leefde. Ik reisde. Ik ontdekte nieuwe landen. Ontmoette mensen. Ik werkte vanuit verschillende plekken. Ik sliep in verschillende kamers en appartementen, wel honderden. En alles wat ik daadwerkelijk nodig had, paste in één rugzak. Dat was een bizarre gewaarwording.

Want ik was nooit zo. Integendeel. Ik hield van mooie kleding. Van jasjes, dasjes, hakjes en make-upjes. Ik kon genieten van een volle kledingkast en van mooie spullen om me heen. Maar ergens onderweg ontdekte ik: ik heb niks nodig om een rijk leven te leiden.

 

Ontspullen is niet alleen je huis opruimen

Ontspullen is zoveel meer dan je ontdoen van fysieke spullen. Spullen zijn maar spullen. Ze betekenen niets, tenzij jij er betekenis aan geeft. Wanneer je gaat ontspullen ruim je niet alleen je huis op. Je ruimt ook jezelf op. Want spullen staan voor een bepaalde periode in je leven en horen bij herinneringen. Dus bij ieder item dat door je handen gaat vraag je jezelf af: Wil ik dit nog? Past dit nog bij mij? Gebruik ik dit daadwerkelijk? Geeft dit me iets? Of hou ik dit alleen maar vast omdat ik eraan gewend ben of omdat ik er een mooie herinnering aan heb?

De vraag of je iets wil houden of wegdoen gaat uiteindelijk helemaal niet alleen over een broek, een vaas of een stapel boeken. Ze gaan over jou en je leven. Over wie je bent geworden. Over wie je niet meer bent. Over wat je wilt meenemen. Maar vooral: wat je mag achterlaten. Daarom is ontspullen zo emotioneel. Het is zelfs therapeutisch. Je kunt een kledingstuk vasthouden en niet alleen het kledingstuk zien, maar de vrouw die je was toen je het droeg. Een oude agenda kan een heel tijdperk vertegenwoordigen. Een doos met spullen kan herinneringen bevatten die je eigenlijk al lang niet meer nodig hebt om je herinnering te bewaren.

En dan besef je: ik hoef dit niet te bewaren om te weten dat het gebeurd is. De herinneringen blijven toch wel, ook zonder de spullen. Dit geldt ook voor het huis dat ik verkocht. Het was mijn ouderlijk huis. Ik besefte dat ik er niet aan vast hoefde te houden om me mijn jeugd en mijn ouders te kunnen herinneren. Het huis had bovendien een doel, namelijk het huizen van een gezin. Er was een tuin, een grote keuken, veel slaapkamers en een zolder. Het huis was bedoeld om kinderen in groot te brengen. Dat was mijn ouders gelukt; nu was het tijd om het door te geven aan de volgende mensen die daar hun gezin gingen stichten.

Het hoorde bij mijn verleden, maar niet bij mijn huidige leven. Laat staan mijn toekomst.

 

Ontspullen creëert ruimte

Toen ik met mijn rugzak ging reizen, veranderde er iets fundamenteels. Ik werd lichter. Niet alleen letterlijk, doordat ik veel meer bewoog dan toen ik nog dagelijks op kantoor zat. Ook mentaal. Ik hoefde niet meer na te denken over wat ik allemaal bezat. Ik hoefde niet na te denken over wat ik de volgende dag zou aantrekken, want de opties waren minimaal. Ik droeg alles wat ik had op mijn rug en ging van plek naar plek, van land naar land.

En dát gevoel… Dat is vrijheid. Want ineens waren er veel meer mogelijkheden. Ik kon naar een ander land. Ik kon langer blijven. Ik kon vertrekken. Ik kon opnieuw beginnen. Ik kon mijn leven aanpassen zonder dat mijn spullen een enorm anker vormden. Ik hoefde er niet aan te denken omdat ze er niet waren. Ik hoefde er geen rekening mee te houden, ik hoefde niets te missen. De grootste kracht van ontspullen: Je maakt ruimte voor beweging. Minder spullen betekent minder ruis. En minder ruis betekent dat er ruimte komt, opening en een gateway naar nieuwe mogelijkheden.

 

Mijn spullen lagen vijf jaar in een opslag

De spullen die ik had opgeslagen? Daar hebben ze uiteindelijk vijf jaar gelegen. Vijf jaar! En in die vijf jaar heb ik ze vrijwel nooit gemist. Geen seconde. Wel bezocht ik ze soms. Want als ik dan in de winter in Nederland was, dan had ik toch weer even een zeldzaam vest of een dikke trui nodig. Die plukte ik dan uit een van de kledingdozen en zo kon ik er weer even tegenaan.

Maar als iets vijf jaar ergens ligt en je denkt er nauwelijks aan… Hoe belangrijk was het dan eigenlijk? Inderdaad… niet. Mijn leven werd groter door minder spullen. Spullen zijn ruis, afleiding. Als al die externe dingen er niet zijn… wat blijft er dan over?

Mijn wereld werd groter. Mijn mogelijkheden werden groter. Mijn vrijheid werd groter. En ik werd gelukkiger. Er kwam ruimte. Ruimte om te bewegen, om te kiezen, om opnieuw te beginnen, steeds weer opnieuw. Steeds weer op nieuwe plekken, nieuwe versies van mezelf ontdekken, zonder limieten. Mijn leven werd met de dag groter en groter en ikzelf dus ook.

 

 

Meer inspiratie en levensinzichten? Lees ook:

ALLE INSPIRATIE

Share via
Copy link
Powered by Social Snap