Afgelopen week was ik drie dagen in Duitsland. En ik was niet zomaar in Duitsland, ik was er op uitnodiging. M’n vriendin slash collega reisblogger Judith van J loves to Travel ging er op persreis en ik ging met haar mee. Voor Outdoor Dichtbij mocht ze afreizen naar het Teutoburgerwald rondom Bielefeld om daar naast het bezoeken van een aantal stadjes en dorpjes, voornamelijk door de mooie omgeving te gaan fietsen.

 

 

MET DE FIETS IN DE TREIN DOOR HET DUITSE WOUD

In die drie dagen fietsten we in totaal bijna 165 kilometer door bossen, over paadjes, langs weilanden en uitgestrekte vlaktes. We kwamen langs boerderijen, bronnen, meren, beekjes en door de meest idyllische dorpjes met typisch Duitse vakwerkhuizen waar we al dan niet een afspraak met een voor ons beide onbekende hadden om ons rond te laten leiden. Het weer zat niet bepaald mee en het schema zat best vol omdat ze ons zoveel mogelijk van de prachtige omgeving wilden laten ervaren, waardoor we niet alleen tegen weer en wind in fietsten, maar daardoor ook tegen de klok.

Elke ochtend vertrokken we op de fiets en volgden dan de fietsroute die voor ons gepland was. Bestaande routes die dwars door het gebied kronkelen en met bordjes (fliepjes) op palen langs de weg aangegeven stonden. Af en toe stopten we om wat te drinken of te eten, maar vooral ook om content te maken, want aan het einde van de reis moet er een artikel geschreven worden en daar hoort ook beeldmateriaal bij. Je snapt, ondanks de fijne routes waren we er toch behoorlijk druk mee.

Bij tussenbestemmingen werden we opgewacht door gidsen die ons rondleidingen gaven door de plaatsjes waar we op dat moment waren. We slenterden dan door straatjes en steegjes, bezochten kerken en kregen uitgebreide uitleg over de ontstaansgeschiedenis en meer van zulks. Superinteressant en tof, want als we op gewone fietsvakantie zouden zijn, waren we waarschijnlijk meteen met een biertje op een terrasje geploft en waren we alle insights misgelopen. 

 

En bij de laatste bestemming van de dag gingen we met de trein weer terug

En als we dan bij de laatste bestemming van de dag aankwamen, hadden we al dan niet nog een boeiende rondleiding om vervolgens richting treinstation te fietsen om de trein terug te nemen. Dat lijkt een beetje onzinnig; eerst urenlang kilometers fietsen (gemiddeld 55 per dag) om vervolgens in een half uurtje weer terug te gaan naar het beginpunt van die dag, maar net zoals heel het leven gaat het niet om de destination, maar om de journey ernaartoe en dat was ook in het Teutoburgerwoud het geval. Het ging juist om het heerlijke fietsen!

De eerste dag kwamen we na een prima tocht die in de regen eindigde een half uur te laat aan in het plaatsje Rheda-Wiedenbrück. Een klein, mooi plaatsje dat is ontstaan doordat twee stadjes jaren geleden zich samenvoegden: Rheda en Wiedenbrück. Een superlieve en bovendien grappige meneer van tachtig jaar wachtte ons op om ons door zijn stadje te begeleiden en in volledig Duits erover te vertellen en ik verstond warempel ieder woord dat hij zei.

Om half zes moesten we echter de trein halen en voor mijn gevoel lieten we hem een beetje plompverloren achter bij de fietsenstalling, maar dat leek hij helemaal niet erg te vinden. Bij het treinstation kocht Judith de kaartjes en wilde ik checken naar welk perron we moesten, maar omdat we in voor mij onbekend gebied waren, was ik de naam van de plaats waar we zouden overnachten (en die ochtend nota bene waren begonnen) alweer vergeten. Maar het kwam goed. Met de lift vonden we met onze fietsen de weg naar het perron en haalden we de trein.

 

Onderweg hadden we een overstap en daar zag ik tegenop

Op de app van de Deutsche Bahn hadden we echter gezien dat we onderweg een overstap moesten maken en om heel eerlijk te zijn zag ik er na zo’n lange dag een beetje tegenop om met fiets en al weer de trein uit te moeten, in een lift te moeten, naar een volgend perron te moeten en daarna in nóg een trein te moeten. Maar wat ik nog niet wist – en dat was maar goed ook – is dat hetgeen waar ik tegenop zag (trein uit, met de lift naar de volgende trein) nog veel enerverender zou worden dan gedacht.

Op het tussenstation stapten we met fiets en al uit de trein en liepen we eerst rechtsaf met de meute mee, volledig in de veronderstelling dat dat de weg naar de stationshal en dus ook de lift zou zijn. Maar, en nu komt het, we zagen geen lift. We draaiden om met de gedachte dat de lift dan vást aan de andere kant van het perron zou zijn en ondanks dat ik m’n bril niet op had, zag ik maar al te goed dat ook daar geen lift te bekennen was.

Wat er wel was, was een grote stellage van trappen en een brug die over het spoor liep en ook al zaten we pak ‘m beet een halve minuut in zware ontkenning, we moesten er toch echt aan geloven dat we met de trap moesten. En dat we onze fietsen met accu’s en laders naar boven moesten tillen. De trap bestond uit vier delen en na elke ongeveer tien treden was er een platform en ondertussen regende het gezellig verder en waar ik normaliter me zorgen zou maken of m’n wenkbrauwen nog op m’n gezicht zouden staan, was dat nu plots van volledig ondergeschikt belang.

 

We moesten de trappen op en wel nu

We moesten namelijk die trappen op en wel nu. Maar toen Judith begon te lopen en haar fiets de trap op tilde, zag ik al dat hem dat niet ging worden. Niet dat zij niet sterk genoeg was, want dat was ze heus, maar die treden waren spekglad en als zij met fiets en al naar beneden zou kletteren waren we nog veel verder van huis en we waren al zo ver. Ik besloot haar te helpen en terwijl zij haar stuur optilde, tilde ik de achterkant op en zo tilden we de fiets tot aan het eerste platform.

Vervolgens renden we naar beneden en pakten mijn fiets, tilden hem omhoog, rustten een seconde op het platform om vervolgens meteen door te gaan naar het volgende platform. Daarna renden we weer omlaag naar het eerste platform om Judith’s fiets weer te pakken en zo herhaalden we wat we deden totdat er een jongeman ons te hulp schoot en onze fietsen het laatste stuk van de enorme trap tilde.

Ik was zo opgelucht dat ik hem met heel mijn hart bedankte. Maar eenmaal boven, terwijl we over de brug liepen, kwam daar al de trein die ons en onze fietsen naar onze eindbestemming zou moeten brengen. Terwijl we met z’n tweeën eerst mijn fiets naar beneden sjouwden, zag ik in m’n ooghoek dat Judith contact maakte met de machinist van de trein en hem wenkte dat ie moest wachten, maar of ie dat ook zou doen was de grote vraag.

 

Maar het antwoord kwam al snel

Maar het antwoord op die vraag kwam al snel, want de machinist wachtte niet alleen op ons, hij kwam zelfs z’n trein uit om ons te helpen. Hij tilde de fiets van Judith helemaal eigenhandig de hele trap af en mijn god, wat was dat een geschenk. We liepen de trein in en toen we eenmaal de fietsen en onszelf hadden geïnstalleerd schoten we in de lach, gewoon omdat dat er even uit moest. Als twee verzopen maar fiere katten kwamen we aan op het eindstation, regelden we nog de laatste dingen en werkten we ‘s avonds een biertje en een schnitzel naar binnen. Dik verdiend, al zeg ik het zelf.

Om tien uur was ik kapot en doezelde ik in slaap. Er zouden nog twee dagen komen. Super enerverend, zo’n persreis!

 

Meer uit m’n travel journal? Lees ook:

ALLES UIT M’N TRAVEL JOURNAL