Reisdagboek: het einde in zicht: In mijn vorige reisdagboek-update liet ik het al even doorschemeren: het einde van mijn Grote Reis komt er aan. Zes tot acht weken zou ik wegblijven zei ik vooraf; aanstaande zaterdag zijn het er acht. Ik ben dan – als het goed is – op Paaseiland. En daarna kom ik naar huis. Ruim acht weken dus ben ik dan weg geweest. Acht! Dat zijn twee maanden. Terugkijkend kan ik het me eigenlijk niet voorstellen.

 

 

REISDAGBOEK: HET EINDE IN ZICHT

Want wat heb ik veel gedaan de afgelopen weken. Wat heb ik veel ervaren en meegemaakt. Mijn traveljournal vertelt een beetje, maar lang niet alles. Er zijn ook gewoon geen woorden voor om te vertellen wat ik allemaal heb gevoeld en heb meegemaakt. Gewoon niet. Ik kan niet uitleggen hoe de straten van Bariloche eruit zien, hoe Ushuaia was, welk gevoel Buenos Aires mij geeft, hoe ik kapot ging in de Torres del Paine, hoe het in Mendoza was, hoe de sfeer in Santiago is. Het is gewoon niet te verwoorden allemaal, ook niet nu het einde in zicht is.

 

Ik was in drie landen

Ik was in drie landen, ging met vliegtuigen, was helemaal aan het einde van de wereld. Ik had enorme hitte, vreselijke kou, ging naar het beroemdste strand ter wereld, was bijna in Antarctica, zag de prachtigste bergen, meren en zeeën. Sliep in 15 bedden, legde duizenden kilometers af tijdens lange uren in bussen, ging zes keer de grens over, sloot oude bekenden opnieuw in mijn hart, ging vijf keer met de boot, huurde een auto over een deel van de beroemde Ruta 40, wandelde, klom urenlang achter elkaar en fietste door de bergen.

Ik ontmoette nieuwe mensen, werd uitgenodigd in Parijs en Istanbul, had een date met Jezus, trilde in mijn bed door een aardbeving, zag een vechtpartij van dichtbij, werd bijna aangereden tijdens het oversteken, vergat mijn pinpas in een geldautomaat, ging van hot naar her om dingen te regelen, dronk maté, dronk de smerigste koffie, dronk ook de lekkerste koffie en dronk nog veel meer. Echte wijn uit Mendoza, Braziliaanse caiprinha’s in Rio, whiskey op de Perito Moreno-gletsjer, een cognacje op de mini-cruise door Tierra del Fuego en nog meer wijn en bier en wijn en bier en wijn en bier. O, en zelfs tequila.

Als je alles zo leest, kun je je niet voorstellen dat dat allemaal in acht weekjes heeft plaatsgevonden. Dat is nog eens wat anders dan elke dag naar kantoor en elke dag hetzelfde vermoeiende riedeltje. Dag in dag uit, altijd hetzelfde. Uitgeput was ik. Eén keertje miste ik mijn werk tijdens deze reis. Toen ik op die steen zat te janken tijdens het klimmen naar de torres van Torres del Paine. Ik ging zo kapot dat het me opeens helemaal niet meer zo erg leek om tachtig klanten per dag te spreken.

 

Of ik het reizen beu ben? Nog lang niet!

Of ik het reizen beu ben? Nog lang niet. Echt niet. Ik kan het hele jaar wel zo leven, sterker nog, ik zou er meteen voor tekenen. Toch ga ik terug naar Nederland. Volgende week al. Niet omdat ik dat zo graag wil, maar omdat het moet. Mijn makelaar heeft namelijk heel hard voor mij gewerkt, terwijl ik hier aan deze kant van de wereld heel druk was met het genieten van mijn vrijheid. Hij heeft mijn huis verkocht. En om alles te regelen moet ik wel terug. Niet alleen om mijn handtekening te zetten, maar uiteraard ook om het huis leeg te halen. In een maand tijd. En ik kan jullie verzekeren: daar zie ik als een berg tegenop.

Waarom? Omdat het mijn ouders’ huis is. Nu vraag ik me soms wel eens af of het wel zo’n goed idee was om na het overlijden van mama in het huis te gaan wonen. Omdat ik er nu wéér mee bezig moet. Al die herinneringen en emoties. Het moet nu gewoon een keer klaar zijn. Maar toen, twee jaar geleden, voelde het zó goed, dat ik er niet eens over na hoefde te denken. Dus het is vast ergens goed voor geweest en dat inzicht krijg ik in de komende periode vast. Want zo gaat dat. Je doet dingen uit je gevoel en later, soms pas jaren later, realiseer je je pas waar het goed voor is geweest. Ja, zo gaat dat.

 

Er is nog een reden waarom ik ervan baal dat het einde in zicht is

Maar er is nog een reden waarom ik ervan baal dat het einde in zicht is. En ik had nooit gedacht dat iemand als ik op mijn 35e dit zou zeggen. Ik heb namelijk niet echt iets om naar terug te komen. Mijn nichtjes mis ik nog het meest en ik ga ze bijna doodknuffelen als ik ze weer zie. En zie er ook naar uit mijn broers, schoonzussen, vrienden en vriendinnen weer te zien, maar er is niet dat ene om naar terug te komen. Wat dat ene precies is – een man, een kind, mijn ouders – weet ik niet, misschien wel alles, maar ik weet wel dat het er niet is.

Vroeger, toen ik het buitenland woonde, maar ook daarna toen ik wel eens lang op reis ging, was er altijd mijn moeder. We appten elke dag wel even. Of belden zelfs. Er was altijd even contact, altijd even iemand die aan je denkt en om je geeft. En vice versa natuurlijk ook. Dat is weg, al een tijdje en als je zo ver op reis bent, realiseer je je dat des te meer. En er is niets voor in de plaats gekomen, behalve leegte.

Maar! Als ze er nog was geweest, had ik deze reis waarschijnlijk helemaal niet gemaakt. Alleen al omdat ze al die weken geen oog dicht gedaan zou hebben ‘s nachts en zich constant zorgen zou maken – en ze niet zou schromen me dat telkens in te wrijven-, waardoor ik niet echt het gevoel van vrijheid zou hebben. Ik had het haar werkelijk niet aan willen doen. Het gevoel, dat er juist niemand is, is dus eigenlijk ook heel bevrijdend. (En nee, ik voel me niet rot om dit te zeggen, want ik heb dit namelijk zelfs uitvoerig met haar besproken toen ze ziek was).

 

Of ik deze reis nodig had om tot inzichten te komen?

Goed. Heel verhaal. Of ik deze reis nodig had om tot deze inzichten te komen? Nee, zeker niet. Het is oud nieuws. Wat mijn reis me dan wel heeft gebracht? Dat weet ik nog niet. Zoals ik zei, dat besef komt pas later. Maar voor nu kan ik wel zeggen dat ik me héél goed voel en de hele wereld aan kan. Ik heb mezelf overtroffen.

En nu? Nu het einde in zicht is? Mijn huis uitruimen zodra ik terug ben, mijn spullen naar de opslag brengen en misschien ook wat dingen verkopen. Of ik al weet waar ik me ga settelen, vroeg een vriendin me. Voorlopig even nergens. Ik vind het wel even lekker om losjes te leven. Zoals ik al zei, ik zou het hele jaar wel zo kunnen leven en ik ben vast van plan dat te gaan doen. Ik schreef al eens blog over mijn plannen voor 2018. Je leest hem hier!

En dan tot slot: Toen ik half maart van de mini-cruise door Tierra del Fuego afkwam, gaf Patricio – een van de crewleden van het schip – me een knuffel en drukte me op het hart dat ik de energie waarmee ik het cruiseschip versierde vast moest houden. Ik nam mezelf voor dat zeker te doen. En met het einde in zicht hoop ik echt dat me dat gaat lukken.

 

Ook de komende tijd terug in Nederland.

 

Meer uit m’n travel journal? Lees ook:

MEER UIT M’N TRAVEL JOURNAL