Lief reisdagboek #3. Zuid-Amerika: Torres del Paine

En toen kwam hetgeen ik het meest naar uitkeek en tegelijkertijd het meest tegenop zag. De Torres del Paine in Chili. Een meerdaagse hike door het nationale park. Ik wist niet wat ik ervan moest verwachten. En dat was maar goed ook. Of juist niet.

Ik keek ernaar uit omdat het een fantastisch natuurpark is én omdat het een geweldige uitdaging voor mij zou zijn om het park te bezoeken. En die uitdaging was juist ook waarom ik er letterlijk als een berg tegenop zag. Hiken. Een paar dagen. Door de bergen. Over gebaande, maar ongeplaveide paden. Ik kon me er weinig bij voorstellen, ook al had ik me vooraf ingelezen. Het nationale park Torres del Paine zou een hoogtepunt uit mijn reis worden dat ik niet snel zou vergeten.

 

Torres del Paine

Vanuit Punta Arenas waar ik uit de cruiseboot stapte, waar ik net drie dagen superdeluxe had geleefd, nam ik een bus naar Puerto Natales en vanuit Puerto Natales ging ik twee dagen later naar het nationale park. Ik beklom bergen, liep door beekjes, door adembenemende bossen en werd smerig door modder. Trotseerde regen, brandende zon en zelfs een beetje sneeuw. Terwijl watervallen langs me heen raasden beklom ik rotsen en kwam ik zomaar uit op een vallei met witte bergtoppen en een stromende rivier.

Onvoorbereid

Ik was zo onvoorbereid als je volgens mij kunt zijn voor een meerdaagse hike. Ik had geen regenkleding of -hoes voor mijn rugzak, ik had geen handschoenen, ik droeg wandelschoenen waarvan er één ’s ochtends stuk ging en ik had niet geoefend. Een paar rondjes Knik – voor de Denekampers onder ons – zijn niet echt een voorbereiding op het beklimmen van bergen te noemen. Lag ik daar, in de weken voor mijn vertrek lui op de bank tien seizoenen van Friends weg te Netflixen, terwijl ik me ook sportief op deze hike had voor kunnen bereiden. Maar goed, niet getreurd. Ik zou het gewoon gaan doen. Die Torres del Paine. En ik zou het heus wel overleven.

Torres

Even ter info: Het park is vernoemd naar de beroemde bergtorens die het park kenmerken: de Torres. Zeker weten doe ik het niet, maar het zou kunnen zijn omdat ze zo ongelooflijk adembenemend mooi zijn. Deze bergtorens van de Torres del Paine zijn slechts een onderdeel van het park. Pas twee dagen voor de tijd kwam ik erachter dat het niet nodig is het hele park te doorkruisen om bij de torres te komen. Ze staan al meteen bij de ingang van het park! Sterker nog, vanuit de bus zijn ze al  te zien! En toch heeft het park nog veel meer te bieden dan alleen de torres en ook dát wilde ik gaan ontdekken.

W-Route

Ik zou de zogenaamde W-route gaan lopen, besloot ik. Vier of vijf dagen hiken door het park in een route in de vorm van een W. Of een paar billen, het is maar net wat je erin ziet. In het park, op de route, zijn zogenaamde refugios en campings om te slapen. Eén dag van tevoren regelde ik alles en wat bleek… de twee refugios aan de westkant van de W zaten vol. Op zo’n moment leer je weer wat de charme van reizen is: ter plekke een plan B bedenken. En dat deed ik. Ik ging maar drie dagen. Ik zou de westkant overslaan, ook al was er nog wel plek op de campings. Maar no way dat ik zou gaan kamperen. De herfst begon, dus het was koud, ik was alleen en dan moest ik ook nog eens ál die spullen meesjouwen. Wat een gedoe, man!

Bron: Fantastico Sur

 

De eerste dag

Het hoogtepunt van mijn driedaagse verblijf in Torres del Paine? Je zou denken dat de beroemde torres zelf dat zouden zijn, maar niets is minder waar. O, de plek is van ongekende schoonheid, dat zeker en wat dat betreft is het absoluut een hoogtepunt. Maar als ik terugdenk aan mijn dagen daar denk ik niet aan de torres van de eerste dag. En ook niet aan de azuurblauwe, bijna -groene lagune waar ik een dag later langsliep. Ik denk niet aan de bossen, de watervallen, de gletsjer en de bergtoppen die ik er zag.

Helemaal naar de gedver

Nee, ik denk aan iets anders. Ik denk aan mezelf. En aan het feit dat ik ongetraind en onvoorbereid de klim naar de torres heb gemaakt en helemaal naar de gedver ging. Maar echt. Als nooit tevoren. Na een uur kon ik al niet meer en toch bleef ik volhouden. Vijf uur lang ging ik helemaal kapot om die verdomde torres te bereiken. Vijf uur lang zwoegen, zweten, kapot gaan en huilen, terwijl de zon direct aan het begin al op mijn hoofd brandde. Het was een hel. Bij elke stap die ik zette en bij elke steen die ik omhoog klom zei ik hardop tegen mezelf dat ik niet meer kón. Ik hijgde en keerde helemaal in mezelf. Ik dacht aan opgeven, maar dat kon niet. Want ik zat vast. Vast halverwege die berg en kon geen andere kant op dan omhoog of omlaag. Ik móést wel door.

Pure wilskracht

Ik zie mezelf nog zitten op een van de grote rotsen waar ik overheen moest klimmen, snikkend van het huilen, zelfs zó erg dat anderen bezorgd om me werden. Mijn rugzak, die ik onderaan de berg in mijn refugio gelukkig al grotendeels had ontladen, zette ik naast me neer. Ik probeerde mezelf te stoppen, want het zou veel te veel van mijn kostbare energie vergen, maar ik was niet meer te houden. Fysiek ben ik totaal niet fit, heb jaren een kantoorbaan bij een bank gehad en de sportschool heb ik al jaren niet meer van binnen gezien. The laziest person in the world, zou mijn bijnaam kunnen zijn. Die top, die haalde ik uiteindelijk op pure wilskracht. En daar ben ik echt enorm trots op. Kijk, ik jank verdorie alweer.

De Duitser

Hoe ik het deed, kan ik je niet navertellen, maar ik haalde het dus. En daar helemaal boven kwam ik bekenden tegen. Drie zelfs. Een stel met wie ik die ochtend aan de klim was begonnen en die ik onderweg uit het oog was verloren, ging juist beginnen aan de afdaling. We high-fiveden omdat we het gered hadden en spraken af elkaar beneden weer te zien. En dan was er ook een jongen, die ik een dag eerder had ontmoet tijdens een briefing. Een Duitser. Waar hij opeens vandaan kwam weet ik nog steeds niet, maar we genoten samen van de plek toen we er eenmaal waren en hij liep de hele weg met mij in mijn slakkengangetje mee terug. Zie maar, er zijn echt heel veel goede mensen op deze wereld.

Grensoverschrijdend

Of ik mijn grens had bereikt die dag, vroeg de Duitser aan het eind toen we bijna weer beneden waren. Ik antwoordde dat ik hem ver voorbij was gegaan. Zelfs zover dat ik hem niet eens meer kon zien als ik achterom keek. Het was letterlijk het zwaarste fysieke ding wat ik ooit had gedaan. En ik had het toch maar mooi gedaan.

Onvoorbereid, een kapotte schoen, niet de juiste sokken, vergaand van de pijn met een rugzak op mijn rug. Vlak voor het donker werd was ik op het honk, nam ik een half uur lang een warme douche en sliep ik met vijf mensen in een onverwarmde slaapzaal. Wat ik ervan leerde? Dat de Torres del Paine beeldschoon zijn. O, en dat ik mentaal supersterk ben natuurlijk. En dat ik meer (aan) kan dan ikzelf soms denk. Maar hey, ik heb mijn beide ouders al begraven. Wist ik dat niet allang?

 

The next day

Hoewel ik me de eerste dag had voorgenomen te stoppen en nevernooit verder het Torres del Paine-park in te gaan, ging ik de dag erna gewoon weer. Ik had immers duur betaald voor een refugio zo’n 15 kilometer verderop ergens op een berg. Met pijn in alle delen van mijn benen en met mijn zwaar bevoorrade rugzak wandelde ik al die kilometers door de bergen en langs de prachtige groene lagune om bij de volgende plaats van bestemming te komen.

No words needed

Geen geplaveide wandelpaden, maar stenen, rotsen, modder, beekjes, watervalletjes en andere ellende van moeder natuur werden overwonnen. Ik kon eigenlijk telkens niet geloven waar ik mee bezig was en vroeg het mezelf heel vaak hardop af. Op vele momenten was ik helemaal alleen en hoorde ik slechts het geluid van een waterval ergens ver weg en vroeg ik me af of ik wel de goede kant op ging. Maar dan zag ik plots weer mensen en wist ik dat ik goed zat. Ik voelde geen seconde angst. Een Argentijn kwam op het pad dat ik liep en stilzwijgend liepen we samen de route van die dag verder. We kletsten wat, pauzeerden samen en hij wachtte op mij als ik even op adem moest komen. No words needed.

Peanuts

Dag twee was peanuts vergeleken bij de klim van de eerste dag. Mijn rugzak was best zwaar, maar niets vergeleken bij mensen die ik onderweg zag. Ik had kleding, een pyjama, een toilettas, een lunchbox en uiteraard mijn stijltang bij me, terwijl de kampeerders onder ons met complete tenten, kookstelletjes en potjes pastasaus door de bergen liepen. Ik vroeg me af wat gekker was: de potjes saus of de stijltang. Hoewel ik het best zwaar had, was het niets vergeleken bij de enorme bruutheid van dag 1. Om half zes was ik bij mijn refugio, maakte ik praatjes met de mensen die er werken en kon ik het verder rustig aan doen. Ik douchte warm, at samen met een groepje Duitsers (eentje was knáp!) en sliep die nacht in een onverwarmde dorm, met wel iets meer privacy dan die nacht ervoor.

 

Dag drie

De derde dag in Torres del Paine begon met twijfel. Hoewel ik een dag eerder al had besloten rechtstreeks naar het eindpunt van die dag te lopen, twijfelde ik toch toen het ochtend werd. Mijn benen deden op alle mogelijke plekken pijn en dan vooral mijn bovenbenen. Het klimmen was ze niet in de koude kleren gaan zitten, de avond ervoor had ik al met mezelf afgesproken niet nóg een keer te gaan klimmen, maar in de ochtend kwam dan toch weer de twijfel.

Storm

Het weer was ellendig. Het waaide heel hard, stormde zo ongeveer. Het regende en ik had zo’n vermoeden dat het er niet beter op zou worden. En dus besloot ik het niet te doen. De steile zogenaamde Franse Vallei (zeg maar het middelste stokje van de W) met zijn naar horen zeggen geweldige uitzichten sloeg ik over. De ellende van de eerste dag was teveel geweest. Ik moest er niet aan denken dat ik in regen en storm die dag weer een berg moest beklimmen.

Klim

Want een klim an sich is natuurlijk al heel wat. Onvoorbereid is dubbel zo ellendig en als je het dan ook nog helemaal alléén doet… Niemand om je aan vast te klampen, niemand om op terug te vallen. Niemand die je een peptalk geeft waardoor je kracht vindt om verder te gaan. The story of my life eigenlijk. Voor iedereen die dit leest en nog gaat: Denk aan mij als je er bent. En denk vooral: het arme kind was hier helemaal alleen. Echt, ik wil het er helemaal niet al teveel over hebben, maar het was zwáár.

Het stak toch

Enfin. Ik vertrok die dag om 10 uur en om 1 uur was ik al op de laatste plek van bestemming. En moest ik tot half 7(!) op de catamaran wachten die me naar de bus zou brengen die me vervolgens weer naar de bewoonde wereld zou brengen. Die Franse Vallei had ik timewise nog gemakkelijk kunnen doen. Twee uitzichtpunten op verschillende hoogtes liet ik die dag schieten. Uitzichten op een gletsjer aan de ene kant en aan de andere kant de beroemde cuernos, een groep bergen die ik de dag ervoor echter wel van de achterkant al had gezien. Ergens stak het toch. Dat ik het had overgeslagen en zóveel tijd over had. Maar de keuze was al gemaakt. Ik moet niet zeuren, ik heb mezelf overtroffen!

 

I fucking did it!

Eén ding: De Torres del Paine vergeet ik nooit weer. Het nationale park is prachtig en doet je constant versteld staan van wat Moeder Natuur voor elkaar heeft gekregen. Maar als ik eraan terugdenk is het eerste wat in mij opkomt hoe ik drie dagen lang versteld van mezelf stond van wat ik voor elkaar heb gekregen. I fucking did it!

 

Volg je mij nog niet via social media? Dat wordt wel echt tijd. Hier vind je mijn Facebookpagina en hier mijn Instagram!

 

PS:

Weet je wat stom was? Je gelooft het gewoon niet. Twee dingen. Toen ik ’s ochtends aankwam bij het Torres del Paine park deed mijn camera niet. Ik kreeg alleen maar wazig beeld. Met geen mogelijkheid kreeg ik het beeld scherp. De foto van de torres hierboven maakte ik met de frontcamera van mijn telefoon. Niet slecht, he? En de Duitser maakte foto’s van mij terwijl ik in mijn oerlelijke legergroene hikebroek poseerde op een rots. Hij gaat ze me nog sturen. En weet je wat het gekke is? Toen ik ’s avonds helemaal gesloopt in mijn refugio was, deed ie het gewoon weer!

PS2:

Maar die camera, dat is nog niet alles. In het kader van bizarre reismomenten, waarover je hier nog veel meer idiote situaties kunt lezen, was er dit: Toen ik die eerste ochtend wakker werd, realiseerde ik mij dat ik geen contant geld had. Of in ieder geval niet genoeg om entree te betalen. Ik had aan álles gedacht en álles geregeld, behalve cash.  Terwijl ik wist dat dat de enige betaalmogelijkheid was. Tijd om nog naar het centrum te lopen om geld te pinnen, had ik niet. En toch ben ik in die bus gestapt (het buskaartje had ik een dag eerder al gekocht) met de goede hoop dat het goed zou komen. Rasoptimist als ik ben. Maar dat kwam het niet.

Ik vroeg verschillende mensen of ze mij geld konden lenen, maar dat kon (of wilde) niemand. Wanhopig werd ik bijna, totdat ik drie Chileense mannen bij elkaar zag staan. Buschauffeurs schatte ik ze in. Ik ben best feministisch en vind het sneu dat je als vrouw dingen voor elkaar krijgt die een man nooit geregeld zou krijgen, maar op dit moment moest ik er even gebruik van maken. Ik liep op ze af, vroeg ze zeker niet om geld, maar vroeg ze wel om met me mee te denken in een oplossing. Een van de mannen bleek briljant. Hij zei dat ik gewoon het Torres del Paine park in moest gaan. Ik sloeg mijn hand voor mijn mond, want die optie was werkelijk niet in mij opgekomen, en zei dat het niet justo was. Hij antwoordde dat veel meer mensen zonder te betalen het park binnengaan en dat het wel goed zou komen.

Natuurlijk twijfelde ik. Want het was niet goed. Kom ik uit het rijke West-Europa en ga ik zonder te betalen de Torres del Paine binnen! Maar ik had alles al geregeld. De refugios al dik betaald. Waar moest ik naar toe? Terug naar Puerto Natales? Dat was anderhalf uur rijden. De dichtstbijzijnde ATM was een uur verderop. Hoeveel keuze had ik? Maar wat als iemand erachter kwam? En meteen realiseerde ik me: Dat zou echt niets uitmaken. Niemand zou iets doen. In het park ben je on your own. Het is niet zo dat er onderweg stempelposten zijn waar je je entreebewijs moet laten zien en je een beker chocolademelk krijgt. En meteen daarna dacht ik: Wie moet er in godsnaam achter komen? En dus deed ik het. Ik stapte gewoon de shuttlebus in, het park in. En ik dacht dat ik de grootste beproeving van die dag gehad had. Little did I know.

PS3:

En dan nog dit: Het was de laatste dag in Torres del Paine. Ik was alleen die dag. Gelukkig duurde de hike maar drie uurtjes, dus het was niet erg om die dag alleen te lopen. Terwijl ik liep, soms omhoog, soms omlaag, hoorde ik opeens iets. Gebrul. Ik stopte abrupt, want ik schrok ervan. Enorm zelfs. Maar er gebeurde niets. En ik zag ook niets. Ik liep vervolgens gewoon verder en kwam al snel tegenliggers tegen die vrolijk met elkaar kletsten. Zij hadden overduidelijk niets gehoord. Het zal mijn verbeelding wel zijn geweest. Maar kan je verbeelding zó echt zijn dat je er zelfs van schrikt? Ik zal het nooit weten.

 

Meer reisdagboekverhalen over mijn Zuid-Amerikaanse avontuur lezen?
Je vindt ze in de tag: Lief reisdagboek.

LAAT JE REACTIE ACHTER

DIT VIND JE VAST OOK LEUK OM TE LEZEN…